Tijdens mijn redactieweekje aan de kust stapte ik af en toe op de fiets om een luchtje te scheppen of een boodschap te doen. Op een dag ging ik met mijn broer lunchen. Samen fietsten we langs ons geboortehuis en het huis waar we daarna gewoond hebben. Ja, een beetje een trip langs Memory Lane.
Na de lunch ging ik nog heel even het centrum van Den Haag in. Wat me eerder in een van de andere wijken al was opgevallen, zag ik hier opnieuw: de kleine, zelfstandige winkels lijken steeds verder uit het straatbeeld te verdwijnen. Bakkers, kappers, nagelstudio’s en horeca zijn er nog volop, maar waar zijn al die andere winkeltjes gebleven?
Misschien hebben sommige winkeliers de coronajaren niet overleefd. Misschien konden ze niet op tegen de grote ketens. Of misschien is er gewoon geen opvolger meer. Hoe dan ook, het straatbeeld is veranderd.
In het kleine stukje centrum waar ik doorheen liep, zag ik vooral bekende ketens en horeca. Op zich niets mis mee, maar ik miste de winkels die een stad een eigen gezicht geven. Die fantastische boekhandel Verwijs in de Passage bijvoorbeeld... Daar zit nu een Apple Store.
Ik was snel weer weg.
Toch waren er ook lichtpuntjes. Winkels waarvan je misschien zou verwachten dat ze het moeilijk zouden krijgen, maar die er gelukkig nog steeds zijn. Zoals P.W. Akkerman, de vulpennenwinkel in de Passage. En drogisterij De Gaper aan de Dagelijkse Groenmarkt.
Een zucht van verlichting.
Mijn broer had me verteld dat de viswinkel vlak bij ons geboortehuis ook nog steeds bestond. Op de terugweg besloot ik er even langs te fietsen.
En ja hoor, hij was er nog.
En nog steeds garnalenkroketten als specialiteit.
Gelukkig!