Ik vertelde al over het veranderende straatbeeld in Den Haag. Er was natuurlijk meer dan verdwenen winkels. De opkomst van fatbikes en e-bakfietsen bijvoorbeeld. Zeker in de spits is het opletten geblazen en geldt soms het recht van de sterkste of snelste.
Daar staat tegenover dat bijna alle eenrichtingsstraten voor fietsers tweerichtingsverkeer zijn. En bij die langsracende e-bakfietsen denk ik af en toe toch stiekem: ‘Loser.’ Want ik lever al die paardenkrachten tenminste zelf.
Aan de kust levert de wind trouwens ook nog weleens paardenkrachten. Afhankelijk van je fietsrichting en de windrichting keren die zich tegen je of zijn ze een steun in de rug.
Maar tijdens al dat fietsen viel me nog iets anders op: de straat- en strandkunst. Ik werd zo blij van de gepimpte elektriciteitshuisjes. Je weet wel, die onooglijke huisjes op straathoeken of in de berm. Ineens duikt er in zo’n saaie berm een kunstwerk op. Of je wordt getrakteerd op een gedicht van een dichter wiens roem niet verder reikt dan zijn initialen.
Ik vind die creativiteit heerlijk. Misschien is het idee ergens anders vandaan gekomen, maar de uitwerking in Den Haag is een kijkje waard.
Tegen al die kunstenaars zou ik willen zeggen: ga door! Het wordt gezien en het wordt gewaardeerd. Zeker op een regenachtige middag is zo’n vrolijk beschilderd elektriciteitshuisje een lichtpuntje.